Soms is alleen een borstverwijdering genoeg

De transgenderzorg krijgt de afgelopen jaren meer aanmeldingen. Vooral jonge vrouwen vragen om hulp. Zij kregen pas in de puberteit twijfels over hun gender. Een geslachtsoperatie is niet altijd nodig, soms zijn puberteitsremmers of hormonen genoeg. Wat is er aan de hand?

Het aantal jongeren dat zich meldt voor een intake voor transgenderzorg neemt toe, meldt de NOS. Bij academische ziekenhuizen en ggz-instellingen staan nu 1855 personen jonger dan achttien op de wachtlijst. Vorig jaar waren dat er nog 1179.

Mika van der Linden (21) was een van die jongeren. “In de puberteit kreeg ik twijfels over mijn gender. Ik werd ongesteld en mijn borsten werden groter, vooral dat laatste vond ik vervelend. Ik kreeg het lichaam van een vrouw, maar dat kwam niet overeen met hoe ik me van binnen voelde”

Pas op zijn vijftiende vertelde hij zijn ouders over zijn twijfels. “In het nieuws las ik een verhaal over een transman die net zijn borsten had laten verwijderen. Dat wilde ik ook. Op sociale media kwam ik in contact met andere transpersonen. Al snel had ik een paar online vrienden gemaakt. Zij worstelden ook met hun identiteit. Dat ik niet de enige was, gaf me de moed om het toch te vertellen. Mijn moeder reageerde goed. Ze accepteerde mijn keuze en stelde vragen.”

De reactie van de vader van Mika was heftiger. “Hij praat niet graag over zijn gevoelens. Als ik vertel over mijn transitie dan wordt hij stil. In het begin vond ik dat moeilijk, maar ik begrijp hem wel een beetje. Hij maakt zich zorgen om me. Ik denk dat hij bang is dat ik later lastiggevallen word op straat of moeite krijg met het vinden van een baan. Hij heeft zijn eigen manier om me toch te steunen. Hij spreekt me niet meer aan bij mijn geboortenaam en vraagt wel eens hoe het gesprek met de psycholoog ging.”

 

Genderidentiteit

Iemand die transgender is heeft een diep gevoel van onbehagen met het geslacht waarmee hij of zij geboren is. Dit wordt ook wel genderdysforie genoemd. Iemands gender bestaat uit twee ‘ingrediënten’. De eerste: genderidentiteit. Dit is het gender waarmee iemand zich identificeert. Ten tweede is er genderexpressie. Iemands genderexpressie is wel zichtbaar. Denk aan de keuze voor bepaalde kleding of de manier van lopen en praten.

Het kan ook zijn dat iemand zich niet thuis voelt in de gendercategorieën man of vrouw. Dit uit zich soms in mannelijke en vrouwelijke kenmerken te combineren of juist verwerpen. Iemand die zich geen man of vrouw voelt is non-binair.

Mika identificeert zich als man, maar wist dat pas na lange tijd zeker. “Ik dacht eerst dat ik non-binair was. Het past niet bij mij om in hokjes te denken. Ik vind breien leuk, maar houtbewerking ook. Ik draag ook nog wel eens kleding voor vrouwen. Geen jurken of rokjes hoor, maar T-shirts met een leuke print. Ik dacht dat de afkeer van mijn lichaam minder zou worden, maar dat gebeurde niet. Ik keek zo min mogelijk in de spiegel en droeg elke dag een binder, dat is een soort bh die de borsten platdrukt. Hartstikke vervelend. Ik had elke avond last van mijn rug. In overleg met mijn moeder maakte ik een afspraak bij de huisarts. Hij verwees me door naar de transgenderzorg.”

Mika vindt het moeilijk om uit te leggen waarom hij een man is. “Het is een sterk gevoel. Ik ben geen vrouw. Ik heb me altijd ongelukkig gevoeld in dit lichaam. Het is ook een beetje een rare vraag. Als iemand geboren is als jongen en daar tevreden mee is, krijgt hij ook niet de vraag waarom hij een jongen is. Dit is wie ik ben.”

Mika na vier maanden hormonen smeren

Wachten
De wachttijden in de transgenderzorg zijn lang. Er zijn niet genoeg deskundigen om iedereen te helpen. Jongeren die zich inschrijven bij het Amsterdam UMC moeten soms wel twee jaar wachten op een intakegesprek. Mika weet hoe moeilijk dat is. “Het wachten viel zwaar. Ik was vaak verdrietig of juist boos, daar kon ik gelukkig wel over praten met mijn vrienden. Ik probeerde afleiding te zoeken door te studeren of met mijn hobby’s bezig te zijn. Op die manier kwam ik de tijd een beetje door.”

Toen Mika negentien was, had hij zijn intakegesprek. “Het liefst was ik die dag al begonnen met hormonen, maar zo werkt het niet. Ik moest veel vragen beantwoorden over hoe lang ik dit al voelde, of mijn omgeving op de hoogte was en hoe ik de toekomst zag. Eerst durfde ik niet te vertellen dat ik als kind nog geen twijfels had over mijn gender. Ik was bang dat de psycholoog zou denken dat dit maar een fase was. Hij stelde me daarin gerust. Ieder geval is anders, de een weet het al in de kleuterklas en de ander komt er pas op latere leeftijd achter.”

Na anderhalf jaar kon hij beginnen met hormonen. “Sommige transpersonen mogen na vijf gesprekken aan de hormonen. Het duurde langer omdat ik autisme heb. Iemand met autisme heeft soms een grote belangstelling in een bepaald onderwerp, dat later weer verandert. De psycholoog wilde eerst vaststellen dat dit niet het geval was. Hij was bang dat ik spijt zou krijgen. Inmiddels zit ik bijna zes maanden aan de hormonen. Ik smeer elke avond Androgel op mijn huid. Dat stinkt een beetje en moet een paar minuten intrekken. Ik merk nog niet veel van de effecten. Mijn stem is zwaarder en ik zie een beetje baardgroei. Het zijn kleine veranderingen, maar ze maken een groot verschil. Laatst werd ik voor het eerst aangezien voor een jongen, dat gaf wel een kick. Als ik de hormonen blijf gebruiken kan ik ook kiezen voor een driemaandelijkse injectie. In het begin is de gel beter, zodat ik ieder moment kan stoppen.” 

Transitie
Op de website van Transvisie staat precies uitgelegd waar transpersonen mee te maken krijgen. Iemand die zich aanmeldt bij de transgenderzorg komt op een wachtlijst te staan. Na het intakegesprek volgen een aantal gesprekken om te bepalen of diegene de juiste beslissing maakt. Een psycholoog moet vaststellen of er sprake is van genderdysforie. Na die gesprekken moet duidelijk zijn hoe lang iemand al van geslacht wil veranderen, hoe het verder gaat en of er sprake is van een onderliggende stoornis of ziekte. Vaak gaat de psycholoog ook in gesprek met een ouder, partner of andere naaste. Als de psycholoog vindt dat er sprake is van genderdysforie bespreekt hij dit in het behandelteam. Zij besluiten of er wordt overgegaan tot een medische behandelingen. De eerste stap is het gebruiken van cross-sekse hormonen. Transmannen krijgen testosteron voorgeschreven. De effecten van testosteron zijn een lagere stem, baardgroei, het uitblijven van de menstruatie en een toename van de lichaamsbeharing, spierkracht en libido. De veranderingen worden geleidelijk zichtbaar. Het kan zelfs een paar maanden duren voordat er iets gebeurt. 

De clitoris van een transman groeit zo’n 1 tot 6 centimeter als hij hormonen gebruikt. Dit is belangrijk voor de geslachtsoperatie. Transmannen kunnen kiezen uit twee behandelingen. De eerste is metaidoioplastiek. Dit is de meest eenvoudige operatie. De clitoris wordt gebruikt om een penis van een paar centimeter te maken. Penetratie is door de lengte niet mogelijk. Het voordeel van deze operatie is dat de penis heel gevoelig is. De andere optie is phalloplastiek. Bij deze operatie wordt een stuk huid met bloedvaten en zenuwen losgemaakt uit de arm en opgerold tot een penis. De penis kan een erectie krijgen, maar heeft seksueel weinig te bieden aan de man zelf. Een deel van de transmannen kiest ervoor om geen geslachtsoperatie te ondergaan. Zij zijn tevreden met kleinere aanpassingen. Tim Nijhuis werkt als plastisch chirurg in het Radboudumc. “De laatste tijd zien we een verandering in de behoeften van transpersonen. Niet iedere transman of vrouw wil een geslachtsoperatie. In sommige gevallen is het genoeg om hormonen te gebruiken of alleen de borsten te laten verwijderen.”

Mika weet nog niet zeker of hij een geslachtsoperatie wil. “Sinds ik aan de hormonen zit heb ik minder last van genderdysforie. Ik ben best tevreden met mezelf. Als ik nieuwe mensen ontmoet hoef ik niet meer uit te leggen dat ik transgender ben. Ik ben gewoon een man. Het zou raar zijn om nu te kiezen voor zo’n heftige ingreep. Het speelt ook mee dat ik na een geslachtsoperatie geen kinderen meer kan krijgen. Wat als ik dat later toch graag wil? Dit gevoel kwam als een verassing. Ik was eerst zo vastbesloten.”

Een borstverwijdering vindt Mika wel nodig. “Over een maand kan ik me inschrijven voor die operatie. Ik weet zeker dat ik daar geen spijt van krijg. Na die operatie kan ik weer sporten en zwemmen, dat durf ik nu niet. Ik denk dat het belangrijk is dat transgenderzorg op maat geleverd kan worden. De een heeft genoeg aan een paar gesprekken of hormonen, de ander heeft een geslachtsoperatie nodig.”

Risico’s
In Groot-Brittannië melden vragen ook meer jongeren zich aan voor transgenderzorg, meldt de Gelderlander in februari 2021. Daar geldt nu een verbod op geslachtsaanpassende hormonen voor jongeren onder de zestien jaar. Er is nog niet bekend of deze medicatie de vruchtbaarheid van jongeren kan aantasten. De regels in Nederland zijn minder streng. Geen hormonen voorschrijven heeft ook gevolgen. Jongeren die twijfelen over hun genderidentiteit hebben vaak last van psychische klachten. Ze voelen zich somber of depressief. De gevolgen daarvan zijn groot: ze lopen studievertraging op, hebben moeite met het onderhouden van relaties of gebruiken verdovende middelen. Volgens Nijhuis is het juist daarom belangrijk dat er hulp op maat komt. “Geen enkel kind is hetzelfde. Het is aan de psycholoog om te beslissen wat de beste opties zijn.” 

Soms is het nodig om terughoudend te zijn. “Ik weet als geen ander hoe moeilijk het is om te wachten op een behandeling”, vertelt Mika. “Als ik nu kritisch terugkijk naar die periode denk ik dat de invloed van sociale media een rol speelde. Ik zag veel voorbeelden van transpersonen die pas gelukkig waren na hun operatie. Als puber denk je toch al snel dat jij dat ook moet doen. Je bent op zoek naar een voorbeeld. Met mijn online vrienden had ik het meestal over de voordelen van een transitie. Op die leeftijd had ik nog nooit nagedacht over een eventuele kinderwens. Een vroege behandeling is voor veel transpersonen vast een goede optie, maar als iemand pas op latere leeftijd twijfels kreeg kan het beter zijn om nog even te wachten.”

Jezelf zijn
Mika denkt dat er meer aandacht moet komen voor genderidentiteit. “Als kind had ik het gevoel dat ik persé een jongen of meisje moest zijn. Ik moest een kant kiezen. Jongens speelden voetbal en meisjes speelden met barbies. Ik voelde me niet thuis in die hokjes, maar wist niet hoe ik dat duidelijk moest maken. Gelukkig is daar nu wel steeds meer aandacht voor. Eerst moest ik overal mijn geslacht invullen, zelfs op een toets voor school. Dat hoeft niet meer. In veel publieke ruimtes zijn genderneutrale toiletten. Dit zijn kleine veranderingen, maar voor mensen die worstelen met hun genderidentiteit maken ze een groot verschil.”

Wil je meer te weten komen over genderidentiteit? Lees dan het artikel ‘Acht pijnlijke vragen over gender die je niet durfde te stellen’ van journalist Lisa Peters.