Een diagnose anorexia: ‘Ik at bijna niets meer’

Luister je liever naar de tekst? Klik dan hier.


De 28-jarige Silvia Veltman kreeg tien jaar geleden anorexia. Ze werd vier keer opgenomen in een kliniek. Haar arts sprak over een chronisch ziektebeeld. Maar dat wilde ze niet. ,,Ik wilde beter worden. Ik wilde leven.”

Waarom juist zij een eetprobleem kreeg, weet ze niet. ,,Ik denk dat ik er aanleg voor heb”, zegt Veltman. ,,Als kind was ik al onzeker. Op de basisschool werd ik ook nog gepest. Ik probeerde niet op te vallen, door wijde kleding te dragen en af te vallen. Een paar kilo maar, dan zou alles goedkomen. Maar een paar kilo ging al snel over in een ongezonde obsessie met mijn gewicht.”

Ze stond elke ochtend op de weegschaal. ,,Als ik niet was afgevallen, was ik de rest van de dag verdrietig. Mijn ouders hadden niets door, ik kon het goed verbergen. Toen ik nog meer gewicht wilde verliezen, bedacht ik smoesjes. Dan zei ik thuis dat ik bij een vriendin at. Tegen die vriendin zei ik dat ik al gegeten had. Zo maakte niemand zich zorgen.”

Diagnose
In Nederland krijgen ieder jaar dertienhonderd mensen de diagnose anorexia. Het gaat vooral om jonge meiden (95 procent). Anorexia is de dodelijkste psychische ziekte: een op de tien patiënten overlijdt. De behandeling is ingewikkeld omdat − anders dan bij andere aandoeningen − patiënten vaak geen hulp willen. Ze halen vertrouwen uit het afvallen.

Peer van der Helm is speciaal hoogleraar Onderwijs en Zorg aan de Universiteit van Amsterdam, en doet onderzoek naar de behandeling van anorexia. ,,Een eetprobleem wordt veroorzaakt door een trauma”, vertelt Van der Helm. ,,Dat kan een groot trauma zijn, maar meestal gaat het om microtrauma’s. Dat zijn een rij kleine trauma’s die iemand in korte tijd oploopt. Gepest worden is daar een duidelijk voorbeeld van. Als je een keer een negatieve opmerking over je uiterlijk hoort, kan je die waarschijnlijk wel naast je neerleggen. Als je die opmerking iedere dag hoort, richt het veel schade aan.”

Dat beaamt klinisch psycholoog Hans Bloks. Hij is deskundige in de behandeling van ernstige eetstoornissen. ,,Patiënten hebben vaak een negatief zelfbeeld. Afvallen is niet makkelijk, maar zij houden het vol door hun perfectionistische karakter. Bovendien is er ineens iets waar ze goed in zijn. De anorexia is voor hen geen probleem, maar een oplossing. Als je de hele dag bezig bent met gewicht verliezen, verdwijnen andere problemen naar de achtergrond.”

‘Als je de hele dag bezig bent met gewicht verliezen, verdwijnen andere problemen naar de achtergrond’
– Hans Bloks, klinisch psycholoog

Hulp zoeken
Veltman ging op haar achttiende het huis uit. Vanaf dat moment at ze bijna niets meer. ,,Ik had geen energie meer en mijn haren vielen uit. Toch zag ik het probleem niet. Het was mijn toenmalige vriend die zei: je moet nu hulp zoeken.” Met tegenzin ging ze naar de huisarts. ,,Ik vond het echt onzin, maar wilde het toch een kans geven. Als het niet beviel kon ik altijd nog stoppen, dacht ik. Maar de huisarts verwees gelijk door naar een psychiater.”

Die gesprekken verliepen moeizaam. ,,Zij drong niet tot me door. Ik vond mezelf niet ziek. Ik had een bijbaan en ging naar school. Nu denk ik dat juist dat mijn valkuil was. Dat mijn gewicht mijn leven in gevaar bracht geloofde ik niet.” De psychiater stelde haar voor de keus: of je ligt binnen een maand aan de sondevoeding in het ziekenhuis, of je gaat naar een kliniek. Ze koos voor dat laatste. ,,Ik herinner niet veel van die tijd. Het ging zo slecht. Ik moest mijn ouders inlichten. Die wisten nog steeds van niks. Mijn vader reageerde heel lief. Hij had al langer het gevoel dat er iets mis was, maar wist niet wat. Mijn moeder vond het vooral moeilijk dat ze het zelf niet had gemerkt.”

Opname
De opname in de kliniek begon met een kennismakingsgesprek. ,,De therapeut overhandigde een map met informatie”, vertelt Veltman. ,,Op de eerste pagina stond de eetlijst waar we naartoe zouden werken. Ik heb die gelezen, en daarna niks meer meegekregen. Ik kon alleen maar denken: dit gaat nooit lukken. De eerste avond stond er gelijk friet op het menu. Op mijn bord lag maar zo’n vijftig gram, dat is bijna niets. Toch deed ik er een uur over. De tranen rolden over mijn wangen. Voor mijn gevoel zou ik bij iedere hap een kilo aankomen.”

Het lukte haar in de kliniek wel om op gewicht te komen. ,,Stapje voor stapje durfde ik steeds meer te eten. De sfeer was ook fijn. Natuurlijk, je bent daar omdat je ziek bent. Maar er was ook ruimte voor gezelligheid. Sommige meiden waren al verder in hun herstel. Zij pakten ’s avonds gewoon een bakje chips. Dan dacht ik: dat wil ik later ook.”

Na zes maanden mocht Veltman de kliniek verlaten. Thuis pakte ze haar oude patroon weer op. Niet veel later was ze terug bij af. ,,In totaal ben ik vier keer opgenomen. Ik wilde wel beter worden, maar niet genoeg. De behandelaren deden hun uiterste best, maar een deel van de verantwoordelijkheid ligt ook bij jezelf. Ik was nog niet klaar om de anorexia achter me te laten, want het leverde ook veel op. Ik had ergens controle over.”

Oplossing
Van der Helm benadrukt dat de behandeling van anorexia gericht zijn op onderliggende problemen. In veel klinieken ligt de nadruk nog op het eetpatroon. Om iemand op gewicht te krijgen, wordt gebruik gemaakt van verplichte eetlijsten, weegmomenten en dwangmaatregelen. ,,Daar is juist kritiek op. Er zijn onderzoeken waaruit blijkt dat een behandeling die alleen focust op het eetpatroon geen enkel effect heeft.”

Deskundigen zijn het daar nog niet over eens. De een vindt dat een meisje met zwaar ondergewicht zo snel mogelijk moet eten. De ander wil juist kijken naar wat het gedrag veroorzaakt. Zeker omdat sommige meiden in levensgevaar zijn. ,,Je neemt altijd een risico”, zegt Van der Helm. ,,De pijnlijke erkenning is dat we niet altijd weten hoe we iemand kunnen helpen. Er is geen behandeling die altijd werkt. Dat is een boodschap die niemand wil horen. Je wil niet accepteren dat een jong meisje hieraan overlijdt. Ik ook niet. Maar het moet wel bespreekbaar zijn. Door te erkennen dat het gebeurt, kunnen we misschien iets veranderen.”

Van der Helm denkt terug aan de 19-jarige Fem uit een uitzending van het programma Zembla. Zij lag meer dan een jaar op bed vastgebonden voor dwangvoeding. De behandelaren durfden haar niet los te maken. Als ze de kans kreeg, sloeg ze het raam in en at ze glas op. Tegelijkertijd verslechtert haar situatie, omdat therapie niet mogelijk is. ,,De enige manier om deze situaties te voorkomen is door eerder in te grijpen. Zo’n meisje heeft vaak al meerdere, zware behandelingen achter de rug. De eetstoornis heeft alles overgenomen. Ik kan niet vaak genoeg benadrukken hoe belangrijk het is naar de onderliggende problemen te kijken.”

Het zorgstelsel in Nederland is nog te veel opgedeeld in hokjes. ,,Er is een kliniek voor eetproblemen, een kliniek voor angstproblemen en een kliniek voor verslaving. Een meisje met anorexia heeft al die problemen, waardoor ze nergens de juiste hulp krijgt. Een eetkliniek kan niet helpen bij dwanghandelingen of suïcidale gedachten.” Van der Helm pleit voor gespecialiseerde, kleinschalige klinieken. ,,Die staan vlak naast het ziekenhuis en hebben altijd noodbedden beschikbaar. Het personeel is gespecialiseerd in de behandeling van multiproblematiek.”

Een andere behandeling die mogelijk werkt is PRI. Dit staat voor Past Reality Integration. Het wordt nog niet vergoed door zorgverzekeraars, vanwege een gebrek aan wetenschappelijk bewijs voor de werking. De focus ligt niet alleen op aankomen, maar op het aanpakken van het trauma dat het eetprobleem veroorzaakt. Zelfs als iemand op sterven ligt.

Chronische anorexia
Veltman kreeg bijna de diagnose chronische anorexia. Ze zou nooit meer beter worden. ,,Ik moest het accepteren. Leren leven met de ziekte. Maar dat wilde ik niet.” Via anderen had ze gehoord over een behandeling van Human Concern. ,,Deze behandeling zou anders zijn dan andere, dus ik wilde het proberen. Wel als een soort laatste redmiddel, maar ik merkte gelijk verschil. Ze zagen mij als persoon. Het was een opluchting om niet eerst te hoeven eten. De therapeut vroeg hoe het met mij ging en wat ik wilde bereiken.” Voor het eerst ging ze met die vragen aan de slag. ,,Door mijn verleden had ik een laag zelfbeeld. Ik wilde nooit praten over mijn emoties en was bang om controle te verliezen. Pas toen ik daar hulp bij kreeg, kon ik loskomen van mijn eetprobleem.”

Voor de behandeling stopte Veltman tijdelijk met werken. ,,Ik stond altijd aan en deed wat er van me verwacht werd. Daar kreeg ik energie van. Toen ik niet meer elke dag naar mijn werk hoefde, viel dat weg. Er was opeens tijd om na te denken en te voelen. Daar werd ik depressief van. Nu denk ik dat het zo had moeten zijn. Juist door die depressie ben ik meer gaan delen met de mensen waar ik om geef. Ik zag in dat ik al jaren over mijn eigen grens ging. En dat ik een gezond leven wil leiden.”

Sinds een half jaar heeft Veltman geen anorexia meer. ,,Het was bij mij altijd een terugkerend probleem. Als er iets heftigs gebeurde, zoals het uitgaan van een relatie of een verhuizing, werd het moeilijker om te eten. Nu zijn mijn vriend en ik druk bezig met het vinden van een huis. Dat is stressvol, maar ik voel me goed. Ik denk niet: ik moet minder eten.” Die boodschap wil ze anderen meegeven. ,,Hoe moeilijk het soms ook is, herstel is wel mogelijk. Er waren zo veel momenten dat ik geen hoop meer had. Toch is het gelukt de ziekte te overwinnen. Met de juiste hulp kan het goedkomen.”

 

Heb jij zelf een eetstoornis of ken je iemand met een eetstoornis? Voor hulp kan je contact opnemen met de huisarts of online erover praten op www.luisterlijn.nl